De scherpe discussie over diversiteit

Deze week kwam de NOS zelf in het nieuws door een bericht op de website van GeenStijl over de manier waarop we omgaan met het thema diversiteit. Voor hoofdredacteur Marcel Gelauff aanleiding om deze voor de NOS belangrijke kwestie toe te lichten.

De scherpte van de discussie over hoe de NOS met diversiteit omgaat, verrast niet. Diezelfde scherpte in het maatschappelijk debat over diversiteit en representativiteit komt ook terug in hoe er naar de NOS als publieke nieuwsorganisatie wordt gekeken. In die zin zijn we niet geschrokken van wat er op ons is afgekomen. Maar wat er blijkbaar wel aan schort is dat we onvoldoende duidelijk weten te maken waarom we doen wat we doen.

De NOS kreeg en krijgt regelmatig kritiek over eenzijdige berichtgeving. Een aantal jaren geleden heeft de NOS de eigen berichtgeving uitgebreid geanalyseerd en dat doen we nu nog steeds. Wie laten we aan het woord, welke onderwerpen kiezen we, vanuit welke invalshoek berichten we en waar in het land of de wereld maken we onze reportages? Uit die analyses bleek op meerdere vlakken ruimte voor verbetering. 

Zo deden we zonder journalistieke redenen bepaalde provincies vaker aan dan andere en publiceerden we online zelden foto's van mensen met een migratie-achtergrond. De experts die we aan het woord lieten waren voor de overgrote meerderheid mannen en we slaagden er te weinig in om mensen te bereiken die niet zich gezien voelden door de media.

Het diversiteitsbeleid van de NOS vloeit rechtstreeks voort uit de Mediawet en onze missie. Daarin staat dat we de primaire informatiebron moeten en willen zijn voor de Nederlandse burger. Dan is het cruciaal om zoveel mogelijk burgers met kwaliteitsvolle journalistiek aan te spreken. Dat is de fundamentele onderliggende waarde.

Dat kan alleen als die burgers (in al hun verscheidenheid) zich herkennen in onze uitingen, onderwerpkeuzes en in onze redactie. De NOS wil journalistieke kwaliteit leveren. Divers, open en onbevangen naar onderwerpen kijken, is daarbij een kernwaarde. Dat lukt niet als we bijvoorbeeld mensen met een Marokkaanse achtergrond alleen voor de camera halen als er problemen spelen in de Marokkaanse gemeenschap. Dat lukt niet als we alleen mannelijke verslaggevers van middelbare leeftijd het land insturen. Dat lukt niet als onze redacteuren overwegend uit de Randstad komen.

Divers willen zijn in de samenstelling van de redactie en in onze berichtgeving is geen politiek doel: het gaat ons elke dag altijd om betere journalistiek die iedereen bereikt.

De vraag is dan vooral hoe je dat bereikt. Welke middelen en methoden die tot concrete resultaten leiden zet je dan in? En dan wordt het lastig. Ondanks alle goeie bedoelingen bleef er een systematische onder-representatie van allerlei groepen in het NOS Journaal, op de radio en in online-producties. We praatten er veel over op de redactie, maar tot een veel betere representativiteit en dus tot betere journalistiek leidde het niet echt.

Dat bracht ons tot een meer gerichte aanpak en het besluit ons aanbod van bronnen te vergroten en diverser te maken. Als redactie hebben we natuurlijk van oudsher duizenden contacten, namen en telefoonnummers van mensen en organisaties, maar dat was niet breed genoeg. We zijn daarom mensen en organisaties gaan benaderen die we voorheen niet kenden met de vraag of zij vanuit hun vakkennis en expertise aan onze berichtgeving willen meewerken en ons zo te helpen de diversiteit te vergroten. Op die vraag werd doorgaans positief gereageerd: mensen dragen heel graag bij aan een representatiever beeld in de media.

Het begint bij expertise en inhoud, dat is altijd doorslaggevend bij het maken van een onderwerp, maar afkomst, sekse, geografie kunnen een rol spelen in de uiteindelijke keuze wie je aan het woord laat, omdat je de ambitie hebt dat brede representatieve beeld te schetsen.

Deze aanpak doet ertoe als mensen met een migratie-achtergrond vooral op televisie komen als het gaat om hun achtergrond, zoals nu te vaak het geval is. Doet het ertoe dat een expert een vrouw is? Wel als ze er zijn en we ze nog te weinig zien of horen. Een tandarts met een diverse achtergrond aan het woord laten over een bijzondere ontwikkeling in haar vak vergt een bewuste keuze en aanpak.

We denken zelf dat onze aanpak daadwerkelijk leidt tot een meer representatief beeld in onze berichtgeving, maar als wij dit niet dagelijks op de redactie aan de orde stellen gebeurt er niet genoeg. Makkelijk is dat niet, maar vanzelf gaat het niet, is inmiddels onze jarenlange ervaring.

Tot slot, wat op de redactie heet: de divibokaal.

Niet meer dan een met een knipoog ontstane methode om onze interne discussie te stimuleren. Diversiteit in de dagelijks journalistieke productie is een permanent proces van vallen en opstaan. Daarin maken we ongetwijfeld fouten, maar die helpen ons verder. Met de divibokaal houden we op. Maar we blijven nieuwe stappen zetten op deze weg. En we gaan verder met wat we iedere dag zo goed mogelijk doen: nieuws maken voor iedereen. 

Marcel Gelauff
Hoofdredacteur NOS Nieuws