De NOS is de grootste journalistieke organisatie van Nederland en staat voor veel mensen symbool voor betrouwbaarheid. Dit vertrouwen willen we elke dag weer waarmaken en daar werken ruim 600 mensen keihard aan. Een flink aantal van hen kent u van gezicht of alleen van stem. Nieuwsgierig naar de persoon achter dat gezicht of die stem? Hier stellen zij zich aan u voor.

Christiaan Bonebakker

Van huis uit ben ik een schrijver. Na enkele jaren voor geschreven media te hebben gewerkt, kwam ik in 2002 bij de NOS. Eerst om berichten voor het radionieuws te schrijven, later ook voor Teletekst en internet. Sinds 2009 ben ik daarnaast radionieuwslezer. Ik ben vooral ’s avonds, ’s nachts en in het weekend te horen.

Natuurlijk doe ik mijn best om het nieuws zo helder en boeiend mogelijk voor te lezen. Maar als schrijver vind ik het eigenlijk nog belangrijker dat berichten goed geschreven zijn. Voor radio betekent dat vooral: informatie goed doseren, zodat luisteraars het nieuws in één keer kunnen begrijpen.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de eerste zin niet alles hoeft te vertellen, als hij maar uitnodigt tot verder luisteren. Belangrijke elementen moeten later in het bericht nog eens terugkomen, zodat de luisteraar zich na afloop niet hoeft af te vragen waar die brand ook alweer was of hoeveel jaar cel die crimineel nou ook alweer had gekregen.

“Papa, gaat de zon schijnen? Jij weet dat want jij vertelt dat op de radio.”

Schrijven voor Teletekst (mijn favoriete bezigheid) is bijna het tegenovergestelde. Op Teletekst proberen we in een kort bericht juist zo veel mogelijk informatie over te brengen. Doseren hoeft niet, want lezers kunnen alles in hun eigen tempo verwerken. Onder meer die afwisseling van schrijfstijlen maakt het werken bij de NOS zo leuk.

En om mijn leven nog afwisselender te maken, heb ik thuis een dochter (2009) en een zoon (2010) rondlopen. Door mijn onregelmatige werktijden bij de NOS heb ik overdag vaak tijd voor hen. Zij vinden mijn werk ook heel leuk. “Papa, gaat de zon schijnen? Jij weet dat want jij vertelt dat op de radio.”

*