Rop Zoutberg

Correspondent Spanje en Portugal

Ik wilde nooit iets anders zijn dan journalist. Als kind schreef ik al kleine verslagen voor de krant die ik voor mijn familie maakte. Later leerde mijn vader hoe je films ontwikkelde en afdrukken van foto’s maakte. De cirkel was rond. Na mijn studie begon ik als fotoredacteur en verslaggever voor dagblad Trouw. Het was in feite warmlopen voor de grote sprong in het diepe: naar Spanje reizen en aan de slag gaan als correspondent.

Na de terreurdaden rond het station Atocha in Madrid kreeg ik mijn eerste baan bij de NOS. Als radioverslaggever – iets compleets nieuws voor me – ging ik verhalen maken over Spanje en Portugal. Wat me trok was het buitenlander zijn in twee landen waar we massaal naar toe reizen voor onze vakanties. Twee landen waar de meeste Nederlanders wel van houden, maar eigenlijk amper kennen.

In dat ontvolkte, vergrijsde, maar o zo levenslustige Spanje en Portugal hield ik afstand. Ik ben de buitenstaander die probeert uit te leggen waarom dingen rond de Middellandse Zee soms zo anders gaan. Waarom het ogenschijnlijk zo geïmproviseerde leven anders is dan in Nederland, en soms zo verkeerd maar vaak ook goed uitpakt. Ik kreeg ook de kans om televisie voor de NOS te maken, en als correspondent in Italië te gaan kijken. Daar vertrok een paus, duizenden migranten kwamen in houten bootjes aan, een aardbeving trof een middeleeuws stadje.

We laten de verwoesting van levens zien, maar ook de ongekende solidariteit die me al in Spanje was opgevallen. Als correspondenten vertellen we vaak kleine verhalen over grotere gebeurtenissen en ontwikkelingen. Na vijf jaar Italië keerde ik terug naar Madrid. Ik trof in het holst van de pandemie een verkoper van hammen. Zijn zaak ging van vader op zoon, overleefde twee dictaturen en een burgeroorlog. Altijd bleef de winkel open, maar nu rekende corona alsnog met zijn zaak af.

Ik denk dat daar ons werk als correspondent ligt. Zichtbaar maken waar het menselijke in soms alledaagse drama’s zit.