NOS-journalist in gijzeling genomen

NOS Nieuws-verslaggever Robert Bas is vandaag op bevel van de rechter-commissaris in Rotterdam in gijzeling genomen omdat hij niet bereid is als getuige vragen te beantwoorden in een lopende strafzaak. Robert Bas beriep zich daarbij op zijn verschoningsrecht als journalist. De rechter-commissaris wil met de gijzeling bereiken dat Robert Bas alsnog een verklaring aflegt.
 
De NOS is buitengewoon geschokt en spreekt van een aanval op de persvrijheid in Nederland. Robert Bas zegt dat de gijzeling geen wijziging zal brengen in zijn opstelling. De NOS staat vierkant achter deze beslissing.
 
Vergismoord
Het gaat om de moord op ggz-directeur Rob Zweekhorst, die in 2014 werd doodgeschoten in zijn woonplaats Berkel en Rodenrijs. Vermoedelijk had de schutter het op iemand anders voorzien. Deze zaak werd bekend als een vergismoord.
 
Robert Bas kwam er begin dit jaar achter dat telefoongesprekken tussen een bron en hem door justitie waren afgeluisterd en dat de verslagen van sommige gesprekken door justitie zijn toegevoegd aan een strafdossier in deze moordzaak. Robert Bas is op geen enkele wijze verdachte in deze kwestie. Het afluisteren richtte zich niet op hem maar op de bron, die overigens ook geen verdachte in deze zaak is.
 
Naar aanleiding van de opgenomen gesprekken werd Bas vandaag, op verzoek van de advocaat van de verdachte van de vergismoord, als getuige gehoord in deze strafzaak. Robert Bas heeft tijdens dat verhoor om principiële en juridische redenen bij alle vragen een beroep gedaan op zijn journalistieke verschoningsrecht en geen inhoudelijke antwoorden gegeven. Robert Bas heeft verder bij de rechter-commissaris nadrukkelijk verklaard dat het geven van antwoorden op vragen kan leiden tot een gevaarlijke situatie voor zowel de bron als voor hem.
 
Wettelijk verschoningsrecht voor journalisten
Nederland kent sinds oktober 2018 een wettelijk verschoningsrecht voor journalisten. Door de advocaten van de NOS en Robert Bas is bij de rechter-commissaris aangevoerd dat dit verschoningsrecht niet alleen de identiteit van de bron betreft maar alle informatie die hij uit hoofde van zijn werk als journalist heeft gekregen. Dat sluit aan bij jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
 
Het EHRM heeft aan de term ‘bron’ een relatief ruime betekenis toegekend voor de beantwoording van de vraag of er sprake kan zijn van ‘bronbescherming’. Informatie die de bron identificeert valt hieronder voor zover het waarschijnlijk is dat deze informatie leidt tot identificatie van de bron. Tevens omvat deze informatie de feitelijke omstandigheden waaronder de journalist informatie van een bron verkrijgt en de ongepubliceerde inhoud van de door de bron aan de journalist geleverde informatie.
 
Gezien met name het laatste aspect van deze uitleg, stelt de journalist zich op het standpunt dat hij onder de gegeven omstandigheden een beroep kan doen op zijn journalistieke verschoningsrecht. Hij heeft onder deze omstandigheden immers het recht de betreffende inhoud te “beschermen” door daar niet over te verklaren.
 
Robert Bas heeft zich voor het overige beroepen op zijn verschoningsrecht. Het recht op bronbescherming is een noodzakelijk recht om het vak van journalist te kunnen uitoefenen. Als dit recht niet voldoende serieus wordt genomen en beschermd door de overheid, wordt zijn werk (en dat van zijn collega’s) onmogelijk gemaakt. Bronnen voelen zich dan niet meer vrij zich tot hem, of een journalist in het algemeen, te wenden. De uitoefening van de persvrijheid wordt dan aangetast. Als zijn beroep op het journalistieke verschoningsrecht was gehonoreerd, zou dit negatieve effect vele malen kleiner zijn geweest dan nu het geval is. Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws, had Robert Bas daarom ook gevraagd gebruik te blijven maken van zijn journalistieke verschoningsrecht.
 
Reactie hoofdredactie NOS Nieuws
"We zijn ons er uiteraard van bewust dat het gaat om een ernstig feit en een ingrijpende strafzaak”, zegt hoofdredacteur Marcel Gelauff van NOS Nieuws. “Wat alleen vergeten wordt, is dat het uiterst onaannemelijk is dat een verklaring van Robert Bas de beoordeling van deze strafzaak zal beïnvloeden en dat vooral wordt vergeten, dat de veiligheid van een journalist en zijn bron ernstig in het geding komt. Een verklaring van Bas zal geen belangrijk, belastend of ontlastend bewijsmateriaal worden. Het recht op bronbescherming is voor een journalist cruciaal om zijn functie als waakhond van de democratie te kunnen uitvoeren. Dit wordt hier door de rechter-commissaris onderschat. Niet voor niets is kortgeleden hier nog de wet voor aangescherpt."
 
Het Openbaar Ministerie heeft zelf overigens kennelijk nooit de behoefte gevoeld om Bas te horen naar aanleiding van de getapte gesprekken. Dit gebeurde pas op initiatief van de advocaat van de verdachte.
 
De hoofdredactie noemt het schokkend dat gesprekken met een bron van een journalist van de NOS door het Openbaar Ministerie aan een strafdossier zijn toegevoegd. "De rechter-commissaris heeft tot gijzeling besloten, maar het Openbaar Ministerie heeft hier zeker een verantwoordelijkheid in", aldus Gelauff.