Christiaan Paauwe

Correspondent Midden- en Oost-Europa

Ze staken met bussen, de trein, of lopend de grens over. Tienduizenden vluchtelingen per dag. Uit Ternopil, Charkiv, Soemy. Rusland was net begonnen met de grootschalige invasie van Oekraïne. Buurland Polen ving hun vluchtende buren met open armen op. In de overvolle stationshal van Przemysl – niet ver van de grens – zag ik de ontzetting, het ongeloof op de gezichten. Dat dit echt was gebeurd in het Europa van de 21ste eeuw.

Sinds de invasie leven we in een nieuwe werkelijkheid. Polen werd als scharnier tussen Oekraïne en de rest van Europa te belangrijk om op afstand te volgen. Het was dan ook een logische stap van de NOS om een nieuwe post op te tuigen in Warschau. Om dicht op de oostflank van de NAVO te zitten, om de opmars – zowel economisch als geopolitiek – van Polen in Europa goed te volgen, en om snel in Oekraïne te kunnen zijn.

Vanwege mijn kennis en ervaring in de regio vroeg de NOS of ik mij in Warschau wilde vestigen. Ik studeerde onder meer Slavische talen, liftte als student graag rond in Midden- en Oost-Europa, en woonde korte periodes in Oekraïne en Rusland. Eerst was de plek tijdelijk, maar snel werd duidelijk dat deze nieuwe post relevant blijft.

Met mijn gezin woon ik vlakbij het vliegveld, waar elke dag meerdere vluchten naar bijna alle hoofdsteden in de regio vertrekken. Wanneer het nieuws erom vraagt stap ik in de auto en ben ik dezelfde dag in Oekraïne – het luchtruim is er nog altijd gesloten. Naast Polen en Oekraïne, doe ik ook verslag van de Baltische Staten, Hongarije, Roemenië en Moldavië. 

Toen ik laatst terug was in Przemysl voor een verhaal over de steeds negatievere houding van Polen ten opzichte van Oekraïne, dacht ik terug aan die vluchtelingenstroom van het begin van de invasie. De shock is ervan af, de oorlog is ‘gewoon’ geworden. Maar de gevolgen voor Europa zijn dat allerminst.